ECLI:NL:RVS:2006:AX7056
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Weigering vrijstelling en bouwvergunning bedrijfspand Haarlem op grond van gewijzigd planologisch beleid
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem weigerde BMG Vastgoed B.V. vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor een bedrijfspand op basis van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Dit besluit werd door BMG aangevochten. Na eerdere procedures vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak een eerdere uitspraak en oordeelde dat het college het bezwaar opnieuw moest behandelen.
Het college handhaafde de weigering, verwijzend naar het Masterplan Spoorzone, een vastgesteld planologisch beleidsdocument dat concrete stedenbouwkundige eisen stelt die het bouwplan niet naleeft. De rechtbank verklaarde het beroep van BMG gegrond, maar het college ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het Masterplan als geldend planologisch beleid mocht worden meegewogen, ook al was het nog niet in een ontwerp-bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit verwerkt. Het beroep van BMG op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalde, omdat geen gerechtvaardigde verwachting was gewekt en de situatie van IKEA niet vergelijkbaar was. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van BMG ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van BMG wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling en bouwvergunning door het college bevestigd.