Uitspraak
200509339/2, leent onder meer de vraag of vrijstelling leidt tot een onevenredige en onaanvaardbare toename van de parkeerdruk en of dat in dit geval een rol kan spelen bij de beslissing omtrent vrijstelling zich niet goed voor beantwoording in de voorlopige voorzieningprocedure en dient dit te geschieden in de bodemprocedure. Het rapport van Goudappel Coffeng van 17 januari 2006 dat aan het besluit van 16 februari 2006 ten grondslag is gelegd, maakt dat niet anders.