Uitspraak
200503592/1is met de openbare toegankelijkheid van wegen in beginsel het algemeen belang gediend. Dit is slechts anders indien een openbare weg feitelijk geen functie (meer) heeft voor het openbaar verkeer. Daarvan is ten aanzien van het betrokken weggedeelte geen sprake, nu dit weggedeelte fungeert als ontsluitingsweg voor een aantal permanent bewoonde recreatiewoningen. De omstandigheid dat sprake is van een zogenoemd uitsterfbeleid ten aanzien van de permanente bewoning, laat onverlet dat de woningen op dit moment permanent worden bewoond. Niet is komen vast te staan dat hetgeen appellante met de onttrekking van het weggedeelte aan de openbaarheid beoogt niet ook op andere wijze kan worden bereikt. Wegens het bestaan van alternatieve mogelijkheden om, kort gezegd, ongewenste personen van het recreatieterrein te weren, zoals het inschakelen van politie en gemeente bij gevallen van inbraak, storten van vuilnis en vernieling, en het eisen van nakoming door de erfpachters van de afspraken die in erfpachtvoorwaarden zijn opgenomen, mocht aan dit belang minder gewicht worden toegekend dan wanneer de onttrekking aan de openbaarheid de enige mogelijkheid zou zijn. Dat geen der alternatieven het door appellante beoogde resultaat afdoende kunnen bewerkstelligen, heeft zij niet met concrete gegevens onderbouwd. Gelet hierop is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat de wijze waarop de belangen van appellante zijn afgewogen tegen het belang van openbare toegankelijkheid de hiervoor omschreven rechterlijke toetsing kan doorstaan.