ECLI:NL:RVS:2006:AW7323
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing wijziging alcoholvrije naar alcoholhoudende recreatie-inrichting in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde ontheffing te verlenen voor de wijziging van een alcoholvrije recreatie-inrichting naar een alcoholhoudende recreatie-inrichting (café) op een perceel in Den Haag. Appellante stelde zich op het standpunt dat de leefmilieuverordening (LOS) onverbindend was en dat het college onterecht artikel 14 van Pro de LOS niet toepaste.
De Raad van State oordeelde dat de LOS in de relevante periode verbindend was, ondanks eerdere betwisting van de geldigheid van verlengingen. Verder werd vastgesteld dat artikel 14 van Pro de LOS een overgangsbepaling is die niet meer van toepassing is na de inwerkingtreding van de verordening.
Ten aanzien van de beoordeling van de aanvraag oordeelde de Afdeling dat het college terecht aannam dat de exploitatie van een café een zwaardere belasting voor de woon- en werkomgeving betekent dan de exploitatie van een alcoholvrij verkooppunt voor softdrugs. Het college handhaafde een beleid dat uitgaat van meer overlast bij alcoholhoudende inrichtingen, wat niet onredelijk werd bevonden.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de vergelijkingen met andere recreatie-inrichtingen onvoldoende steekhoudend waren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om ontheffing te verlenen voor de wijziging naar een alcoholhoudende recreatie-inrichting.