ECLI:NL:RVS:2006:AW7322
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bouwvergunningplicht voor plaatsgebonden zeecontainers en woonwagen
Het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen legde appellant een dwangsom op om bouwwerken en opgeslagen goederen op een perceel te verwijderen, omdat deze zonder bouwvergunning waren geplaatst. Appellant stelde dat het plaatsen van vier zeecontainers en een woonwagen niet als bouwen moest worden aangemerkt omdat deze verplaatsbaar zijn.
De rechtbank oordeelde dat deze constructies wel als bouwwerken in de zin van de Woningwet moeten worden beschouwd, omdat zij langdurig op één plaats aanwezig zijn en daarmee plaatsgebonden zijn. De woonwagen was niet geschikt voor bewoning en niet geplaatst op een standplaats volgens de Woningwet.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en stelde dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het bouwverbod bevestigd.