Uitspraak
200305733/1ongegrond verklaard.
Raad van State
Appellante, Compaxo Vlees Zevenaar B.V., verzocht om schadevergoeding wegens gemiste slacht op 6 en 13 juni 1997 als gevolg van het besluit van de Minister van Landbouw om haar aanwijzing als slachterij in te trekken. De Minister kende een schadevergoeding toe voor 6 juni 1997 met een korting van 15% wegens besparingen op variabele kosten, maar wees de vergoeding voor 13 juni 1997 af wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende gegevens had overgelegd om aan te tonen dat zij daadwerkelijk 4.500 varkens zou hebben geslacht en dat de toegepaste korting van 15% door de Minister redelijk was. Ook voor 13 juni 1997 was niet aannemelijk gemaakt dat de schade door het besluit was veroorzaakt.
Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.