ECLI:NL:RVS:2006:AW7293
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ambtshalve beslissing verblijfsvergunning regulier
In deze zaak stond de vraag centraal of het uitblijven van een ambtshalve beslissing tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan worden aangemerkt als een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De minister had het bezwaar van de vreemdeling tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk verklaard, maar de rechtbank had dit niet onderkend en het beroep gegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat voor het nemen van een ambtshalve beslissing geen termijn geldt en het uitblijven daarvan niet gelijkgesteld kan worden met een besluit in de zin van de Awb. Hierdoor staat tegen het uitblijven van een ambtshalve beslissing geen voorziening open. De minister had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank had het beroepschrift als bezwaarschrift aan de minister moeten doorzenden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Het besluit van 14 maart 2005 werd vernietigd voor zover het bezwaar gegrond werd verklaard. Tevens werd bepaald dat het beroepschrift ter behandeling als bezwaarschrift aan de minister wordt doorgezonden. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd aan de vreemdeling vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 14 maart 2005 wordt vernietigd voor zover het bezwaar gegrond is verklaard; het beroepschrift wordt als bezwaarschrift aan de minister doorgezonden.