ECLI:NL:RVS:2006:AW2266
Raad van State
- Hoger beroep
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor verwijderen casco's schepen in Damsterdiep Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde appellant op 29 juli 2003 een last onder dwangsom op om twee casco's van schepen te verwijderen die in het Damsterdiep lagen afgemeerd. Appellant voerde aan dat hij de casco's had verkocht en niet langer eigenaar was, en dat de ligplaatsinneming diende voor scheepsbouw met vermeende toestemming van de provincie en gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant als overtreder moest worden beschouwd omdat hij feitelijk de macht had om de casco's te verwijderen. De door appellant overgelegde koopovereenkomsten waren onvoldoende om eigendomsoverdracht aan te tonen en het college had terecht gehandhaafd.
Verder was geen sprake van bijzondere omstandigheden die handhavend optreden zouden rechtvaardigen achterwege te laten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant geen bewijs leverde van toestemming. De Raad van State bevestigde het besluit en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.