ECLI:NL:RVS:2006:AW2258
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor oprichting telecommunicatiemast ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard verleende op 18 maart 2004 een lichte bouwvergunning en vrijstelling voor vijf jaar aan Vodafone Libertel N.V. voor het oprichten van een telecommunicatiemast op een perceel in Angeren. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar en tegen het besluit zelf.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college en andere betrokken partijen omwonenden misleidden door gebrekkige informatie, dat het college onvoldoende onderzoek deed naar alternatieve locaties en dat gezondheidsrisico's onvoldoende werden meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing terecht niet-ontvankelijk was omdat het college inmiddels een besluit had genomen. De vermeende misleiding en procedurele fouten werden niet aannemelijk geacht, mede omdat de wijziging in de bouwaanvraag slechts een kennelijke verschrijving betrof en de juiste locatie in de gemeentelijke publicatie was vermeld. Onderzoek naar alternatieve locaties was voldoende en gezondheidsrisico's bleven binnen de geldende richtlijnen. Het gemeentelijk antennebeleid was getoetst en in overeenstemming met het nationale beleid.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor de telecommunicatiemast en verklaart het hoger beroep ongegrond.