Uitspraak
200508640/1heeft overwogen, is de weigering van het college om langs de weg van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening medewerking te verlenen aan bouwkundige voorzieningen ten behoeve van een supermarkt niet onredelijk. Van concreet uitzicht op legalisatie is derhalve geen sprake. Overige bijzondere omstandigheden die het college aanleiding hadden behoren te geven van handhaving af te zien, zijn er evenmin, zodat het college terecht heeft besloten tot de in geding zijnde aanschrijving de getroffen bouwkundige voorzieningen ongedaan te maken.