Uitspraak
200401581/1, strekt de toepassing van bestuursdwang in een geval als het onderhavige er slechts toe het niet naleven van het bepaalde in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet te beëindigen en te voorkomen. Er is geen sprake van een sanctie met een leedtoevoegend karakter en reeds daarom heeft de voorzieningenrechter met juistheid geconcludeerd dat appellant niet kan worden gevolgd in zijn betoog dat de toepassing van bestuursdwang strijdig is met artikel 6 van Pro het EVRM.