ECLI:NL:RVS:2006:AV7529
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over ontvankelijkheid bezwaar tegen last onder dwangsom
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, legde aan de wederpartij een last onder dwangsom op om binnen tien dagen de onzelfstandige verhuur en exploitatie van een verblijfsinrichting te beëindigen. De wederpartij maakte bezwaar, maar dit werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de termijn. De rechtbank oordeelde echter dat een fax van de zuster van de wederpartij, verzonden binnen de termijn, als bezwaarschrift moest worden aangemerkt en verklaarde het bezwaar ontvankelijk.
Appellant voerde aan dat de fax niet voldeed aan de eisen van een bezwaarschrift en dat de wederpartij na terugkeer tijdig alsnog bezwaar had kunnen maken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant de afspraken over het correspondentieadres niet was nagekomen en dat de fax, ondanks formele tekortkomingen, duidelijk als bezwaar moest worden gezien. Appellant had de wederpartij de kans moeten geven om het verzuim te herstellen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar ontvankelijk is en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het bezwaar ontvankelijk is en verklaart het hoger beroep ongegrond.