ECLI:NL:RVS:2006:AV6255
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bezwaar Staatssecretaris inzake overbrenging bouw- en sloopafval
Verweerder, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, maakte bezwaar tegen het voornemen van verzoekster A om gemengd bouw- en sloopafval via de procedure van algemene kennisgeving over te brengen naar verzoekster B. Verweerder stelde dat niet voldaan werd aan de vereisten van artikel 28 van Pro Verordening 259/93/EEG, omdat de afvalstoffen niet dezelfde fysische en chemische eigenschappen zouden hebben door de wijze van inzameling.
Verzoeksters betoogden dat de afvalstoffen wel homogeen zijn, omdat zij contractuele afspraken met leveranciers hebben over de te leveren afvalstoffen, deze controleren en afwijkende afvalstoffen verwijderen. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de afvalstoffen verschillen vertonen en dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De Voorzitter schorst daarom het bezwaarbesluit en verleent voorlopige instemming met de kennisgeving voor de duur van de schorsing. Tevens wordt het griffierecht aan verzoeksters vergoed. De uitspraak werd gedaan na behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening op 2 maart 2006 en uitgesproken op 17 maart 2006.
Uitkomst: Het bezwaar van de Staatssecretaris is geschorst en voorlopige instemming verleend met de kennisgeving voor de overbrenging van bouw- en sloopafval.