ECLI:NL:RVS:2006:AV6251
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring bestuursrechter inzake verzoek afschrift notitie schijnhandelingen
Appellanten hebben aanslagen vennootschapsbelasting betwist en verzocht om uitstel van betaling, dat door de ontvanger van de Belastingdienst werd afgewezen. In het kader van de beroepsprocedure bij de directeur werd appellanten een afschrift van een notitie 'schijnhandelingen' geweigerd. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen deze weigering.
Appellanten stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was, omdat het verzoek niet onder artikel 8:4 Awb Pro viel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder g, Awb (zoals tot 1 januari 2005 van toepassing) inderdaad uitsluiting van beroep tegen beschikkingen op het gebied van belastingen beoogt, ook in invorderingsprocedures.
De Afdeling volgde de uitleg van de Hoge Raad dat dit artikel ook ziet op besluiten van de ontvanger omtrent uitstel van betaling en dat het concentratiebeginsel meebrengt dat ook procedurele beslissingen in die context niet afzonderlijk aan de bestuursrechter kunnen worden voorgelegd. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.