ECLI:NL:RVS:2006:AV6246
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing energiepremie wegens onjuiste motivering
Appellante, een woonstichting, vroeg een energiepremie aan voor isolatiemaatregelen bij 62 woningen die onderdeel zijn van een revitaliseringsproject. De aanvraag werd afgewezen omdat de oplevering van het gehele project na de uiterste datum van 16 januari 2004 zou hebben plaatsgevonden.
De woonstichting stelde dat woningen afzonderlijk konden worden opgeleverd en dat de energiebesparende voorzieningen vóór de uiterste datum in gebruik waren genomen. Verweerder vond dit niet aannemelijk omdat de woningen tijdens de verbouwing niet bewoond zouden zijn geweest.
De Raad van State oordeelde dat verweerder ten onrechte zonder nadere bewijsopvragen aannam dat de woningen niet bewoond waren en dat de voorzieningen niet in werking waren. De motivering van het besluit was onvoldoende omdat het enkel op de opleverdatum van het gehele project was gebaseerd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de energiepremie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder moet een nieuw besluit nemen.