ECLI:NL:RVS:2006:AV6222
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning atelier met geluid- en visuele hinder
Bij besluit van 20 december 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Scheemda een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een atelier met metaal- en houtbewerking, een uurwerkklok, smidsvuur en uitstookoven aan een locatie in Scheemda. Dit besluit werd ter inzage gelegd op 29 december 2005.
Verzoekers, wonend op enkele kilometers afstand, stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 28 februari 2006. De Voorzitter oordeelde dat de verzoekers niet aannemelijk konden maken dat zij rechtstreeks milieugevolgen ondervinden en daarom niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Hierdoor was het beroep voor deze verzoekers niet-ontvankelijk.
Daarnaast werd geoordeeld dat de overige verzoekers geen zienswijzen over visuele hinder hadden ingebracht, waardoor ook hun beroep voor dat onderdeel niet-ontvankelijk zou zijn. Ten aanzien van geluidhinder door de uurwerkklok stelde de vergunninghouder dat deze niet zou slaan zolang de geluidbeperkende voorzieningen niet waren aangebracht. De Voorzitter achtte het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening niet aanwezig en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 13 maart 2006 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en niet-ontvankelijkheid van verzoekers.