ECLI:NL:RVS:2006:AV5075
Raad van State
- Hoger beroep
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang en kostenoplegging inzameling huishoudelijk afval
Appellante, een aannemersbedrijf, kreeg bestuursdwang opgelegd door de gemeente Rotterdam wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op een niet toegestane dag en tijd. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een huisvuilzak die volgens de gemeente van appellante afkomstig was. Tevens werden de kosten van €59,- aan appellante opgelegd.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat zij niet gehoord was en dat de afvalzak niet van haar afkomstig was. De gemeente zag af van het horen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond zou zijn, gelet op een poststuk in de afvalzak met haar naam en adres. De Afdeling oordeelde dat het horen niet achterwege had mogen blijven omdat het bezwaar gemotiveerd was en niet direct kennelijk ongegrond.
Daarnaast bleek dat de motivering van het besluit onzorgvuldig was, omdat het afval niet op de voorgeschreven wijze was aangetroffen en de inzamelvoorziening goed functioneerde. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang en kostenoplegging wordt vernietigd.