ECLI:NL:RVS:2006:AV5044
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning varkenshouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder
Bij besluit van 17 mei 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau een revisievergunning voor een varkenshouderij met een omvang van 2.803 fokzeugen, 8 dekberen, 10.295 gespeende biggen en 3.916 vleesvarkens. Appellant sub 1 en appellanten sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 3 januari 2006.
Appellant sub 1 trok enkele beroepsgronden in, maar voerde aan dat na wijziging van de aanvraag opnieuw een milieu-effectrapportage (m.e.r.) had moeten worden gemaakt en dat de vergunning niet had mogen worden verleend vanwege ontoelaatbare stankhinder. De Raad oordeelde dat een nieuwe m.e.r.-beoordeling niet nodig was omdat de wijzigingen niet tot andere milieugevolgen zouden leiden. Wel concludeerde de Raad dat de motivering omtrent de stankhinder onvoldoende was, omdat de werkelijke afstand tot omliggende woningen aanzienlijk kleiner was dan de richtlijnen voorschrijven, wat leidde tot een ernstig overbelaste situatie.
Appellanten sub 2 voerden aan dat de ammoniakuitstoot onjuist was beoordeeld en dat de IPPC-richtlijn werd geschonden. De Raad stelde vast dat de Wet stankemissie veehouderijen niet op ammoniakuitstoot ziet en dat de Wet ammoniak en veehouderij correct was toegepast. De ammoniakuitstoot nam niet toe, waardoor het beroep van appellanten sub 2 werd verworpen.
De Raad verklaarde het beroep van appellant sub 1 gegrond en vernietigde het bestreden besluit, wees het beroep van appellanten sub 2 af, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent ontoelaatbare stankhinder.