ECLI:NL:RVS:2006:AV5039
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen handhavingsbesluit zandopslag in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Leusden had een last onder dwangsom opgelegd aan appellant om het opgeslagen zand op een perceel in agrarisch gebied te verwijderen. Deze last was eerder ingetrokken, maar na bezwaar van Stichting Nieuw Knal Groen werd het besluit herroepen en opnieuw opgelegd. Appellant voerde aan dat er geen overtreding was omdat het zand bestemd was voor de bouw van een loods en dat handhaving onevenredig was.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat het gebruik van het perceel als opslag van zand in strijd was met het bestemmingsplan, aangezien er geen bouwvergunning was verleend en geen concreet uitzicht op legalisatie bestond. Het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant het zand opsloeg voordat medewerking aan de bouw was verleend.
Ook het argument dat handhavend optreden onevenredig zou zijn vanwege de kosten van afvoer werd verworpen. De Raad bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.