ECLI:NL:RVS:2006:AV5030
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale achteraanbouw ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad legde appellant een dwangsom op om een met artikel 40 van Pro de Woningwet strijdige situatie te beëindigen: het bouwen van een achteraanbouw met opbouw die afweek van de verleende bouwvergunning. Appellant had eerst een vergunning voor een uitbreiding van 2,50 meter, maar bouwde een uitbreiding van 4,50 meter diep met kap over de gehele lengte.
Na bezwaar en beroep bij de voorzieningenrechter werd het beroep ongegrond verklaard. Appellant stelde dat er concreet zicht was op legalisatie en dat handhaving onevenredig was. De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat de uitbreiding in strijd was met het bestemmingsplan en het vrijstellingsbeleid, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er bijzondere omstandigheden waren die afwijken van het beleid rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op 8 maart 2006.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en wijst het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af.