ECLI:NL:RVS:2006:AV3908
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- M. van Hulst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand na beëindiging alimentatie
Appellante verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellante stelde dat de raad ten onrechte bij de inkomensvaststelling ervan uitging dat zij na december 2003 nog alimentatie ontving, terwijl de alimentatieverplichting van haar ex-echtgenoot was geëindigd. De raad baseerde zich op een verklaring van oktober 2003, waarin werd vermeld dat zij tot en met december 2003 alimentatie ontving, en had geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar de situatie in januari 2004.
De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de raad onzorgvuldig had gehandeld door niet nader te informeren over de beëindiging van de alimentatie. De door appellante overgelegde uitspraak van de rechtbank Maastricht werd pas in beroep bij de rechtbank ingebracht, zodat de raad hier geen rekening mee kon houden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging bevestigd.