Uitspraak
200202902/1(JB 2003/238) en 21 januari 2004, no.
200301555/1- moeten er concrete, objectieve gegevens voorhanden zijn die voor de tijdelijkheid aanknopingspunten bieden.
Raad van State
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Noord verleende op 7 juni 2002 een tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning voor vijf jaar voor een gebouw met bestemming cadeauwinkel op het Buikslotermeerplein. Na bezwaar van de Coöperatieve Vereniging Winkelcentrum Amsterdam Noord werd dit besluit ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de Vereniging als belanghebbende kon optreden en dat de gemachtigde bevoegd was om de Vereniging te vertegenwoordigen. Vervolgens werd beoordeeld of het dagelijks bestuur terecht had geoordeeld dat onvoldoende concrete en objectieve gegevens aanwezig waren om aan te nemen dat het gebouw tijdelijk zou zijn, zoals vereist voor een vrijstelling op grond van artikel 17 van Pro de WRO.
De Raad van State bevestigde dat het enkele feit dat de bouwvergunning voor vijf jaar was aangevraagd niet voldoende is voor het aannemen van tijdelijkheid. De plannen voor toekomstige gebiedsontwikkeling waren onvoldoende concreet en ook het argument dat het gebouw gemakkelijk op te richten en af te breken zou zijn, was ontoereikend. Daarom was het besluit tot weigering van de vrijstelling en bouwvergunning terecht en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.