ECLI:NL:RVS:2006:AV3889
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijdrage huurlasten wegens vrijwillige inkomensdaling
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 19 september 2003 de aanvraag van appellant om een bijzondere bijdrage in de huurlasten af op grond van het Besluit vangnetregeling huursubsidie. Het bezwaar werd op 5 april 2004 ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep op 11 februari 2005 ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inkomensdaling van appellant een vrijwillig karakter had, hetgeen uitsluiting van de bijzondere bijdrage tot gevolg heeft. Appellant had verklaard dat hij na tijdelijke dienstverbanden in Nederland vertrok naar Nieuw-Zeeland als rugzaktoerist, zonder concreet vooruitzicht op inkomen. De Afdeling oordeelde dat dit vertrek bewust en vrijwillig was en dat appellant had kunnen voortzetten met werken in Nederland.
Verder faalden betogen over procesgebreken en onjuiste weergave van wetsartikelen. Ook het argument dat de SARS-problematiek het vrijwillige karakter zou wegnemen werd verworpen omdat die omstandigheden voortvloeiden uit de eerder genomen vrijwillige beslissing. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijdrage wegens vrijwillige inkomensdaling bevestigd.