ECLI:NL:RVS:2006:AV3878
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning pluimveehouderij wegens onvoldoende motivering geluidhinder
Bij besluit van 12 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Heythuysen een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een pluimveehouderij en akker- en tuinbouwbedrijf. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, waarbij zij onder meer stelden dat de vergunning in strijd was met milieuregelgeving en onvoldoende rekening hield met geluid- en stankhinder.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor enkele gronden, zoals het Besluit luchtkwaliteit, maar ontvankelijk voor geluidhinder, stankemissie en conflicterende bedrijfsvoering. De Afdeling constateerde dat de vergunning onvoldoende gemotiveerd was omtrent de geluidhinder door verladen van vee in de avond- en nachtperiode. De voorschriften waren onduidelijk en de ontheffing voor geluidgrenswaarden was beperkt tot 12 keer per jaar, terwijl feitelijk 14 à 15 keer verladen zou plaatsvinden.
Verder werd geoordeeld dat de stankhinder bij een nabijgelegen woning correct was beoordeeld en dat de Wet stankemissie correct werd toegepast. De vergunning voldeed aan de beste beschikbare technieken en de Richtlijn 96/61/EG werd niet geschonden. Vanwege de gebrekkige motivering en onduidelijkheden op het gebied van geluidhinder werd het gehele besluit vernietigd.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellanten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en transparante motivering bij milieugerelateerde vergunningen, met name omtrent geluid- en stankhinder.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van geluidhinder en onduidelijkheid over ontheffingen.