ECLI:NL:RVS:2006:AV3863
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeschiktheid rijbewijs vanwege gebruik psychostimulantia buiten ADHD-behandeling
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weigerde op 13 augustus 2004 aan de wederpartij een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen af te geven vanwege het gebruik van het geneesmiddel Modiodal, een psychostimulantium, voor de behandeling van narcolepsie. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het CBR, maar de Raad van State stelde het hoger beroep van het CBR in.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Regeling eisen geschiktheid 2000, en met name hoofdstuk 10 over geneesmiddelen, een onderscheid maakt tussen geneesmiddelen die de rijvaardigheid nadelig kunnen beïnvloeden afhankelijk van individuele omstandigheden, en geneesmiddelen die als regel ongeschikt maken voor deelname aan het verkeer. Psychostimulantia vallen onder de laatste categorie, met een uitzondering alleen voor volwassenen met ADHD, mits een specialistisch onderzoek plaatsvindt.
Omdat de wederpartij Modiodal gebruikte voor narcolepsie en niet voor ADHD, was het CBR niet verplicht om een individuele beoordeling te maken. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank Almelo en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het CBR terecht de verklaring van geschiktheid heeft geweigerd vanwege het gebruik van psychostimulantia voor narcolepsie.