Uitspraak
200408117/1geoordeeld dat gehandeld is in strijd met de voor de inrichting geldende vergunning, zodat verweerder terzake handhavend kon optreden.
Raad van State
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek om handhavingsmaatregelen tegen het textielbedrijf Artex B.V. wegens geur- en rookhinder. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna op bezwaar het besluit werd gehandhaafd ondanks erkenning van een motiveringsgebrek over de termijn waarbinnen de overtreding zou worden beëindigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd of en binnen welke termijn de strijdige situatie zou worden beëindigd, ondanks dat Artex B.V. diverse maatregelen had genomen, zoals het plaatsen van een luchtzuiveringsinstallatie en het uitvoeren van een geuronderzoek. Het geurrapport toonde aan dat de geurhinder nog steeds aanwezig was.
Verder bleek dat er geen concreet uitzicht was op legalisatie van de situatie, omdat een definitieve aanvraag voor een milieuvergunning ontbrak. Het college had ook niet aannemelijk gemaakt dat handhaving onevenredig zou zijn. Daarom werd het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen vier weken.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten, waarbij een deel van de kosten betrekking had op beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van het college van B&W Laarbeek wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.