ECLI:NL:RVS:2006:AV3846
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.A.M. van Angeren
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom wegens overtreding milieuregels veehouderij
Appellanten kregen een last onder dwangsom opgelegd wegens het in werking hebben van een veehouderij met meer dieren dan toegestaan volgens het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer. De overtreding betrof het houden van 76 vleesstierkalveren terwijl de melding was gedaan voor 50 melkkoeien en 35 vrouwelijk jongvee.
De Raad van State oordeelt dat het college van burgemeester en wethouders van Asten bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer en artikel 5:32 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De overtreding was gegrond omdat de inrichting niet viel onder het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer en er geen vergunning voor de vleesstierkalveren was.
Appellanten voerden aan dat de last onduidelijk was en dat er ten tijde van het besluit geen dieren meer aanwezig waren, waardoor handhaving niet gerechtvaardigd zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten en stelde dat handhaving in het algemeen noodzakelijk is tenzij bijzondere omstandigheden zoals uitzicht op legalisatie aanwezig zijn.
Ook de hoogte van de dwangsom werd aangevochten, maar de Raad vond dat het bedrag in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding milieuregels is ongegrond verklaard.