ECLI:NL:RVS:2006:AV2963
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging uitwegvergunning wegens onvoldoende belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand verleende op 13 april 2004 een uitwegvergunning aan een vergunninghouder. Hiertegen werd bezwaar gemaakt en uiteindelijk stelde de rechtbank Breda het beroep tegen de vergunning gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar wegens onvoldoende belangenafweging.
De appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een belangenafweging had verlangd, omdat artikel 2.1.5.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een gesloten systeem van weigeringsgronden bevat. De Raad van State oordeelde echter dat in dit geval een weigeringsgrond aanwezig was, namelijk aantasting van de bruikbaarheid van de weg, en dat het bestuursorgaan een discretionaire bevoegdheid heeft om belangen af te wegen.
De Raad van State bevestigde dat het bestuursorgaan onvoldoende heeft gemotiveerd hoe het de belangen van de bruikbaarheid van de weg en het belang van de vergunninghouder heeft afgewogen. Daarom is de vernietiging door de rechtbank terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de appellant werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de uitwegvergunning wegens onvoldoende belangenafweging en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.