ECLI:NL:RVS:2006:AV2960
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning met voorschrift ter voorkoming geluidhinder
Bij besluit van 31 mei 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rheden aan appellante een revisievergunning verleend voor haar metaalwarenfabriek. Deze vergunning bevatte onder meer voorschrift 6.3.10, dat voorschrijft dat de verharding van het buitenterrein egaal moet zijn en dat de lepels van heftrucks zodanig bevestigd moeten zijn dat zij geen geluid produceren.
Appellante stelde dat dit voorschrift onredelijk bezwarend en rechtsonzeker is, en dat reeds andere voorschriften voldoende maatregelen bevatten tegen geluidhinder. Tevens voerde zij aan dat de kosten van naleving niet te dragen zijn. Verweerder verdedigde het voorschrift op basis van een akoestisch rapport waaruit bleek dat de heftrucks de grootste veroorzaker zijn van piekgeluiden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het akoestisch rapport betrouwbaar is en dat het middelvoorschrift passend is om de grootst mogelijke milieubescherming te bieden. De financiële draagkracht van de individuele inrichting speelt geen rol bij de beoordeling van de redelijkheid van de kosten. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de voorzieningen onredelijk zijn. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het revisievergunningvoorschrift ter voorkoming van geluidhinder is ongegrond verklaard.