ECLI:NL:RVS:2006:AV2952
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorlopige inschrijving arts verstandelijk gehandicapten
Appellante verzocht om voorlopige inschrijving in het register van artsen voor verstandelijk gehandicapten, maar dit verzoek werd door de HVRC afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereiste minimale werkervaring van 40 maanden in deeltijd op het betreffende terrein.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Appellante voerde meerdere gronden aan, waaronder een beroep op opschorting van de peildatum vanwege vertraagde bekendmaking, een ruime interpretatie van de overgangsregeling, het meenemen van opleidingen en eerdere werkzaamheden, het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De Raad van State oordeelt dat de peildatum niet afhankelijk is van de bekendmaking, dat de beoordelingsvrijheid van de HVRC terughoudend getoetst moet worden en dat de opleidingen en eerdere tropenartswerkzaamheden niet voldoen aan de criteria voor werkervaring. Ook is geen sprake van een onevenredige belangenafweging, gerechtvaardigd vertrouwen of gelijke behandeling. De afwijzing is derhalve terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de voorlopige inschrijving bevestigd.