ECLI:NL:RVS:2006:AV2936
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen last onder dwangsom wegens geluidoverschrijding in horecagelegenheid
Bij besluit van 7 maart 2005 legde het college van burgemeester en wethouders van Uden appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van voorschriften 1.1.1 en 3.2.1 van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. Na gedeeltelijke herroeping van het besluit met betrekking tot voorschrift 3.2.1, bleef de last onder dwangsom wegens overtreding van voorschrift 1.1.1 gehandhaafd.
De overtreding betrof overschrijding van het toegestane geluidniveau in een boven de inrichting gelegen woning, vastgesteld door geluidmetingen op 24 februari en 1 maart 2005. Appellant voerde aan dat de metingen onvoldoende rekening hielden met stoorbronnen en dat een eigen akoestisch onderzoek op 15 juni 2005 geen significante overschrijding aantoonde. De Afdeling oordeelde echter dat het rapport van de oorspronkelijke metingen voldoende aannemelijk maakt dat de inrichting verantwoordelijk is voor de overschrijdingen.
Appellant stelde voorts dat de begunstigingstermijn onredelijk kort was en dat handhavend optreden onevenredig was, mede omdat eerst na intrekking van een ander besluit geluidbeperkende maatregelen konden worden getroffen. De Afdeling stelde dat handhaving in beginsel geboden is bij overtreding, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, en achtte de termijn van 10 juni 2005 redelijk gelet op de mogelijkheid tot tijdelijke organisatorische maatregelen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens geluidoverschrijding is ongegrond verklaard.