ECLI:NL:RVS:2006:AV2247
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- F.T.T. van der Heijde
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit milieuvergunning wegens onvoldoende onderbouwing geurhinder
Bij besluit van 30 augustus 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen de milieuvergunningen voor een textielverwerkingsinrichting ingetrokken vanwege vermeende ontoelaatbare geurhinder. Appellanten stelden dat de intrekking oneigenlijk was en uitsluitend diende om een financiële tegemoetkoming aan de vergunninghouder mogelijk te maken.
De Raad van State oordeelde dat het bestreden besluit beoordeeld moest worden naar het recht van vóór 1 december 2005. Het procesbelang van appellanten werd erkend omdat zij zich richtten op de milieuaspecten van het besluit. De Raad concludeerde dat de onderbouwing van het besluit onvoldoende was: de klachten over geurhinder uit voorgaande jaren boden geen actuele grond voor intrekking, het rapport van Tauw B.V. gaf geen toereikende motivatie en er was geen onderzoek gedaan naar mogelijke oplossingen via vergunningaanpassing.
Daarnaast was de toekomstige gebiedsontwikkeling waarop verweerder zich baseerde niet concreet genoeg om als motief te dienen. Het besluit was daardoor niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het intrekkingsbesluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de milieuvergunningen wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en onzorgvuldige voorbereiding.