ECLI:NL:RVS:2006:AV2246
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- F.T.T. van der Heijde
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning emissie-eis benzeen vormerij wegens onvoldoende motivering
Bij besluit van 7 juli 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een vergunning aan Kawecki Holding B.V. voor het veranderen van een inrichting voor smelten, gieten en nabewerken van gietstukken in Doesburg. Appellanten maakten bezwaar tegen de in voorschrift 5.2 opgenomen emissie-eis voor benzeen bij vormerij BMD1, stellende dat deze eis te ruimhartig was en hun gezondheid bedreigde.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van enkele appellanten niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig inbrengen van bedenkingen tegen het ontwerpbesluit. Voor het overige was het beroep gegrond. De Afdeling constateerde dat de emissie-eis van 5 mg/m3 gebaseerd was op de Nederlandse emissie Richtlijn Lucht (NeR) uit 2004, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet voldaan hoefde te worden aan de strengere eis van 1 mg/m3 voor nieuwe situaties.
Verder was onduidelijk of de situatie bij vormerij BMD1 als bestaand of nieuw moest worden aangemerkt. De Afdeling stelde vast dat verweerder nagelaten had de overgangsperiode tot 2015 voor de soepelere eis van 5 mg/m3 te bepalen, wat in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover het de emissie-eis voor benzeen betrof, met de opdracht aan het college om binnen 8 weken een nieuw besluit te nemen en het griffierecht aan appellanten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels gegrond, waarbij de emissie-eis voor benzeen bij vormerij BMD1 is vernietigd en herziening is opgedragen.