ECLI:NL:RVS:2006:AV2245
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor wijziging inrichting met één inrichting beoordeling
Bij besluit van 26 april 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Limburg een vergunning aan een vergunninghouder voor het veranderen van een inrichting op een perceel te een plaats. Dit besluit werd op 6 mei 2005 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit stelden twee appellanten beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep van appellante sub 1 niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op stofhinder, omdat zij geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit had ingebracht en niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 20.6 van de oude Wet milieubeheer. De overige beroepen waren ontvankelijk.
De appellanten voerden aan dat door de aangevraagde activiteiten een nieuwe, afzonderlijke inrichting was ontstaan waarvoor geen veranderingsvergunning kon worden verleend. De Afdeling stelde vast dat de activiteiten plaatsvinden binnen dezelfde loods en terrein, met gedeelde voorzieningen en personeel, en dat er voldoende technische, organisatorische en functionele bindingen zijn om te spreken van één inrichting volgens artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.
Daarom verklaarde de Afdeling de beroepen, voor zover ontvankelijk, ongegrond en wees zij de bezwaren van appellanten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.