ECLI:NL:RVS:2006:AV2237
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- K. Brink
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning milieu vanwege geluid en wettelijke voorschriften
Bij besluit van 6 december 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Limburg een revisievergunning aan vergunninghoudster voor een inrichting te een locatie in een plaats. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de geluidbelasting bij woningen nabij de inrichting en de vraag of de vergunning voorschriften bevatte met betrekking tot de naleving van de Kernenergiewet. Appellant betwijfelde of de hoogteverschillen bij de geluidberekening waren meegenomen en stelde dat de vergunning onvoldoende verplichtingen uit andere wetgeving bevatte.
De Raad van State oordeelde dat de geluidbelasting conform de geldende handreiking industrielawaai was berekend, inclusief correctie voor hoogteverschillen, en dat er geen aanwijzingen waren voor onjuiste gegevens. Voorts is volgens de Raad geen grond om voorschriften uit andere wetgeving in de vergunning op te nemen, omdat de Wet milieubeheer dit niet vereist.
Omdat nader onderzoek niet bijdraagt aan de beoordeling en de zaak rijp is voor beslissing, werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning milieu wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.