Uitspraak
200308882/1, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit van verweerder vernietigd.
Raad van State
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg tot goedkeuring van het bestemmingsplan 'Rijksweg 73-Zuid (wegvak H)'. Dit bestemmingsplan voorziet in de ruimtelijke inpassing van een deel van de nieuwe Rijksweg 73-zuid nabij Montfort.
Eerder had de Afdeling bestuursrechtspraak het eerdere besluit van 4 november 2003 vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan de grenswaarden van luchtverontreinigende stoffen zoals stikstofdioxide en PM10. Het nieuwe besluit van 16 augustus 2005 baseerde zich op een TNO-rapport waarin werd geconcludeerd dat de aanleg van de weg leidt tot vermindering van uitstoot, hoewel grenswaarden nog worden overschreden.
Verzoeker betoogde dat de nadelige gevolgen voor luchtkwaliteit onvoldoende waren afgewogen en bracht een eigen onderzoeksrapport in. Ter zitting stelde verzoeker dat zijn belang lag in een zorgvuldige besluitvorming en niet in de uitvoering zelf. De Voorzitter oordeelde dat het ontbreken van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening leidde tot afwijzing van het verzoek.
De uitspraak benadrukt dat het oordeel van de Voorzitter een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de bodemprocedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Rijksweg 73-Zuid wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.