ECLI:NL:RVS:2006:AV2229
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom voor milieuovertreding zonder vergunning
Verweerder legde appellante een last onder dwangsom op vanwege het in werking hebben van een inrichting zonder milieuvergunning op een perceel te Geertruidenberg. De dwangsom bedroeg €500.000 per overtreding met een maximum van €5.000.000. Appellante betoogde dat verweerder niet bevoegd was tot handhaving omdat haar activiteiten deel uitmaakten van één inrichting met die van een andere partij en dat het productieoppervlak kleiner was dan 2.000 m2.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante zelfstandig een inrichting dreef zonder zeggenschap van de andere partij en dat de activiteiten niet samenhingen. De omvang van het terrein was volgens verweerder meer dan 2.000 m2, hetgeen niet gemotiveerd werd bestreden. Appellante had geen vergunning en handhaving was daarom terecht. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maakten, zoals uitzicht op legalisatie of disproportionele gevolgen.
Ook de hoogte van de dwangsom werd als redelijk beoordeeld, mede gelet op kostengegevens uit een prijzenboekje en de waarde van opslagtanks. Het bezwaar tegen de last onder dwangsom werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.