ECLI:NL:RVS:2006:AV2218
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vergunning sigarenproductiebedrijf wegens geurcontour en fijnstof
Bij besluit van 19 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Eersel een vergunning aan een sigarenproductiebedrijf. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 20 januari 2006 werden partijen gehoord en werd toestemming gegeven om onmiddellijk uitspraak te doen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was omdat appellant niet had aangetoond dat hij bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit met betrekking tot fijnstofconcentraties. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard, omdat het geurrapport waarop verweerder zich baseerde voldoende onderbouwing bood dat de geurcontour ondanks uitbreiding van de productiecapaciteit zou afnemen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 februari 2006.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond; het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.