ECLI:NL:RVS:2006:AV1825
Raad van State
- Hoger beroep
- Ch.W. Mouton
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar vrijstelling leerplicht
Appellante heeft een beroep gedaan op vrijstelling van de leerplicht voor haar zoon vanwege haar holistische levensbeschouwing, waarbij zij bezwaar maakte tegen het onderwijs op scholen binnen redelijke afstand van haar woning. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum heeft haar medegedeeld dat er sprake blijft van absoluut verzuim voor het schooljaar 2003-2004 en dat voor 2004-2005 geen vrijstelling bestaat, omdat haar bedenkingen gericht zijn tegen het bestaande onderwijs als zodanig.
Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze mededeling niet-ontvankelijk omdat het geen besluit met rechtsgevolg betreft. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het dagelijks bestuur niet bevoegd is om inhoudelijk te beslissen over de vrijstelling van leerplicht; deze vrijstelling vloeit rechtstreeks voort uit de Leerplichtwet indien aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan. Toetsing van de vrijstelling vindt plaats in een eventuele strafrechtelijke procedure. De brief van het dagelijks bestuur is slechts informatief en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.