ECLI:NL:RVS:2006:AV1810
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling en handhaving gebruik perceel als bedrijfsterrein
Het college van burgemeester en wethouders van Epe legde appellante een dwangsom op en verbood het gebruik van een perceel als bedrijfsterrein omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan. Appellante verzocht om vrijstelling en bouwvergunning, welke werden geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht handhavend heeft opgetreden omdat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en er geen concreet zicht op legalisatie bestaat. De voorwaarde van artikel 17 WRO Pro dat aannemelijk moet zijn dat het gebruik binnen vijf jaar wordt beëindigd, is niet voldaan omdat appellante geen concrete, objectieve gegevens aanvoert.
Appellante beroept zich op het gelijkheidsbeginsel vanwege een vrijstelling aan het waterschap en het niet-handhaven tegen een ander perceel, maar de Raad stelt dat deze gevallen niet vergelijkbaar zijn en dat het college niet gehouden is een eerdere fout te herhalen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.