ECLI:NL:RVS:2006:AV1805
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A.W. Huijben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling bouwvergunning voor woning met garage op perceel te Voorhout
Appellant vroeg een bouwvergunning aan voor het oprichten van een woning met garage op een perceel te Voorhout. Het college van burgemeester en wethouders besloot de aanvraag niet te behandelen omdat appellant het formulier met bedrijfsgegevens niet had ingevuld en geen bewijs leverde dat de geluidwering voldoende was.
Appellant stelde dat hij een burgerwoning had aangevraagd en dat het college ten onrechte bedrijfsgegevens had verlangd. De Raad van State oordeelde dat het college op basis van het aanvraagformulier mocht aannemen dat het een dienstwoning betrof en dat appellant onvoldoende duidelijkheid had gegeven over het gebruik.
Verder was appellant van mening dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen om de aanvraag aan te vullen. De Raad van State stelde vast dat het college hem wel degelijk binnen de wettelijke termijn had verzocht de ontbrekende gegevens aan te leveren. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de burgemeester niet het bevoegde bestuursorgaan was.
De Raad van State concludeerde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.