ECLI:NL:RVS:2006:AV1799
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- S.T. Heijstek-van Leussen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke intrekking milieuvergunning smederij wegens niet-oprichting smidsvuur
Verweerder heeft op verzoek van de vergunninghouder de milieuvergunning voor een smederij gedeeltelijk ingetrokken, specifiek voor de activiteit 'smeden met behulp van smidsvuur' en het daarbij behorende voorschrift 6.8. Appellanten stelden dat vanwege gewijzigde werkmethodiek een nieuw akoestisch onderzoek nodig was en dat de vergunning vervallen was omdat het smidsvuur nooit is opgericht.
De Raad oordeelde dat het aanvoeren van een nieuw akoestisch onderzoek te laat was en in strijd met de goede procesorde. Verder stelde de Raad vast dat de vergunning op het moment van intrekking nog niet vervallen was, omdat de driejaarstermijn uit artikel 8.18 Wet milieubeheer nog niet was verstreken. Verweerder kon daarom terecht tot gedeeltelijke intrekking overgaan.
Ten aanzien van de hoofdactiviteit smeden oordeelde de Raad dat deze niet was komen te vervallen omdat smeden nog steeds plaatsvindt met mobiele gasbranders. Voorschrift 6.8, dat alleen ziet op afvoer van verbrandingsgassen van het smidsvuur, kon derhalve worden ingetrokken. Het ontbreken van gasbranders op tekeningen leidde niet tot vernietiging van het besluit.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke intrekking van de milieuvergunning is ongegrond verklaard.