ECLI:NL:RVS:2006:AV1797
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vergunning nertsenhouderij en akkerbouwbedrijf wegens milieubeoordeling geluid en stank
Bij besluit van 19 april 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer een vergunning aan een vergunninghoudster voor een nertsenhouderij en akkerbouwbedrijf. De vergunning werd ter inzage gelegd en daarop stelde Stichting Bont voor Dieren beroep in bij de Raad van State.
De stichting betoogde onder meer dat het dictum van het besluit niet in overeenstemming was met de considerans over geluid- en lichthinder, dat sprake was van cumulatieve stankhinder, en dat de geluidgrenswaarden onterecht hoog waren vastgesteld. De Raad van State overwoog dat het dictum geen misverstand veroorzaakte en dat de vergunning terecht was verleend met inachtneming van de geldende milieuwetgeving en de meest recente milieutechnische inzichten.
De Raad oordeelde dat het rapport over cumulatieve stankhinder geen betrekking heeft op nertsen en dat geen andere inzichten tot weigering van de vergunning leiden. De geluidgrenswaarden zijn passend geacht, mede gezien de bestaande rechten en de redelijkheid omtrent geluidsbeperkende maatregelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de nertsenhouderij en akkerbouwbedrijf is ongegrond verklaard.