ECLI:NL:RVS:2006:AV1796
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.R. Schaafsma
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voor vleeskalverenhouderij wegens onjuiste vergunningvoorschriften
Bij besluit van 13 april 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Uden een milieuvergunning voor een vleeskalverenhouderij. Tegen dit besluit stelden twee appellanten beroep in bij de Raad van State. Appellant sub 1 werd ontvankelijk verklaard, appellant sub 2 deels niet-ontvankelijk.
De Raad van State beoordeelde diverse beroepsgronden, waaronder de beoordeling van cumulatieve stankhinder, ammoniakemissie, toepassing van de IPPC-richtlijn, geluidhinder en de juistheid van vergunningvoorschriften. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel vanwege een fout in voorschrift 4, waarin ten onrechte 1.900 witvleeskalveren werden toegestaan in plaats van 1.600.
De overige bezwaren, zoals onjuiste adressen bij stankbeoordeling, geluidsonderzoek en overschrijding van incidentele geluidhinder, werden ongegrond verklaard. Het beroep van appellant sub 2 werd deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het voorschrift 4 betreft. De Raad stelde een nieuw voorschrift vast en wees de overige beroepen af.
Uitkomst: Het besluit wordt vernietigd voor zover het voorschrift 4 betreft en het toegestane aantal witvleeskalveren wordt aangepast naar 1.600.