ECLI:NL:RVS:2006:AV1747
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- K. Brink
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning bedrijfsafvalwaterlozing Eems wegens onvoldoende toepassing IPPC-richtlijn
Bij besluit van 27 januari 2005 verleende de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een vergunning voor het lozen van bedrijfsafvalwater in de Eems. Appellanten, de Waddenvereniging en Stichting Milieufederatie Groningen, stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden onder meer aan dat de vergunning onduidelijk was en dat er een milieueffectrapportage ontbrak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de aanvraag onderdeel uitmaakt van de vergunning en dat de bezwaren tegen bepaalde artikelen waren ingetrokken. De kern van het geschil betrof de toepassing van de IPPC-richtlijn en de vraag of er sprake was van een belangrijke wijziging die een nieuwe vergunningplicht met zich meebrengt.
De Afdeling concludeerde dat er een aanzienlijke toename van lozingen en productiecapaciteit was, waardoor negatieve effecten op mens en milieu niet konden worden uitgesloten. De wijziging moest daarom als belangrijk worden aangemerkt en volgens de IPPC-richtlijn vergund worden. De staatssecretaris had onvoldoende rekening gehouden met deze richtlijn, waardoor het besluit werd vernietigd.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De overige beroepsgronden werden niet meer behandeld vanwege het gegrond verklaren van het beroep op hoofdlijnen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende naleving van de IPPC-richtlijn.