ECLI:NL:RVS:2006:AV1300
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ligplaatsvergunning woonschip wegens onvoldoende veilige bereikbaarheid vanaf openbare weg
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem weigerde een ligplaatsvergunning voor het woonschip van appellant gelegen aan een aangewezen ligplaats op de ligplaatsenkaart. De rechtbank vernietigde het collegebesluit wegens onvoldoende motivering omtrent de bereikbaarheid van het woonschip en bepaalde dat het college opnieuw moest beslissen.
Het college handhaafde het besluit en stelde dat de ligplaats niet toereikend bereikbaar is omdat deze alleen over het water bereikbaar is en niet via een veilige verbinding vanaf de openbare weg. Appellant betoogde dat het bestemmingsplan en de ligplaatsenkaart het innemen van ligplaats toestaan en dat het woonschip ook op een veilige wijze bereikbaar is, mede gelet op een arrest van het Gerechtshof Amsterdam.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gemeenteraad bevoegd is regels te stellen omtrent ligplaatsen in het belang van openbare orde en veiligheid, ook als een ligplaats in het bestemmingsplan is aangewezen. De eis dat het woonschip op een veilige wijze van de wal bereikbaar moet zijn, is redelijk en sluit aan bij artikel 7 van Pro de Woonschepenverordening. Omdat er geen veilige verbinding is vanaf de openbare weg en de afstand tot de dichtstbijzijnde landingsplaats ongeveer 500 meter is, is de weigering van de vergunning terecht. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de weigering van de ligplaatsvergunning is ongegrond verklaard en het collegebesluit bevestigd.