ECLI:NL:RVS:2006:AV1289
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- w.g. Hoekstra
- w.g. Van den Berg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuringsbesluit bestemmingsplan Buitengebied gemeente Eemsmond wegens strijd met rechtszekerheid en motiveringsgebrek
Het geschil betreft het besluit van 13 september 2004 van gedeputeerde staten van Groningen tot goedkeuring van het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Eemsmond. Diverse appellanten, waaronder agrarische ondernemers en belangenorganisaties, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het besluit op onderdelen in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, onder meer vanwege onduidelijkheden over percelen en aanduidingen. Tevens is het besluit op meerdere punten onvoldoende gemotiveerd, bijvoorbeeld bij de goedkeuring van uitbreidingsmogelijkheden voor intensieve veehouderij bij grondgebonden agrarische bedrijven, en de beoordeling van aanduidingen "agrarisch bedrijf" versus "grondgebonden agrarisch bedrijf".
Verder wordt het besluit vernietigd voor zover goedkeuring is onthouden aan de planvoorschriften over de Lauwer-, Emma- en Eemspolder als foerageer- en rustgebied voor vogels, en voor het gebied Wadwerd vanwege onvoldoende motivering van het beschermingsniveau en de aanlegvergunningenstelsels. Ook de begrenzing en het aanlegvergunningstelsel voor de aanduiding "verkaveling en reliëf" worden kritisch beoordeeld.
De Afdeling bevestigt het terughoudende provinciale beleid ten aanzien van intensieve veehouderij en benadrukt dat het plan en de besluiten moeten aansluiten bij het provinciaal omgevingsbeleid (POP) en de geldende richtlijnen van het Expertisecentrum LNV. Het besluit wordt op genoemde punten vernietigd en verweerder wordt opgedragen het besluit opnieuw te nemen met inachtneming van de motiveringsvereisten en rechtszekerheid.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Buitengebied gemeente Eemsmond wordt op meerdere onderdelen vernietigd wegens strijd met rechtszekerheid en onvoldoende motivering.