Uitspraak
200102937/1, heeft de Afdeling dit besluit op onderdelen vernietigd.
Raad van State
De gemeenteraad van Oirschot stelde op 17 oktober 2000 het bestemmingsplan "Buitengebied" vast, waarna gedeputeerde staten van Noord-Brabant het plan goedkeurden. Na eerdere vernietiging op onderdelen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, werd op 7 september 2004 opnieuw een besluit genomen tot goedkeuring van het plan. Tegen dit besluit stelden drie appellanten beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
De Afdeling oordeelde dat gedeputeerde staten ten onrechte goedkeuring verleenden aan plandelen met de bestemming "Agrarisch gebied met landschappelijke waarden" zonder de bedoelde plandelen op de plankaart aan te duiden, wat strijd opleverde met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb Pro). Tevens werd vastgesteld dat de gehanteerde beleidsnota voor glastuinbouw niet in overeenstemming was met het streekplanbeleid, waardoor het besluit niet deugdelijke motivering ontbeerde en eveneens in strijd was met artikel 3:46 Awb Pro.
De beroepen van appellant sub 2 en sub 3 werden gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het betrekking heeft op de genoemde plandelen. Het beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard. De Afdeling legde gedeputeerde staten een proceskostenveroordeling op ten gunste van appellanten sub 2 en sub 3 en bepaalde dat het griffierecht aan hen wordt vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming en correcte motivering bij ruimtelijke ordeningsbesluiten, evenals de noodzaak om beleidskaders consistent toe te passen.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan is vernietigd voor de betwiste plandelen wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en gebrek aan deugdelijke motivering.