ECLI:NL:RVS:2006:AV1236
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningverlening pluimvee- en schapenhouderij wegens onjuiste motivering en vervallen rechten
Bij besluit van 24 mei 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer een milieuvergunning voor een pluimvee- en schapenhouderij. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit en betoogde dat de vergunning niet gebaseerd kon worden op rechten uit een eerdere vergunning, omdat bepaalde stallen nooit in werking waren gebracht.
De Raad van State oordeelde dat de eerdere vergunning onherroepelijk was geworden op 28 december 2001 en dat de inrichting binnen drie jaar in werking moest zijn gebracht. Uit inspectierapporten bleek dat twee stallen niet in gebruik waren genomen binnen deze termijn, waardoor de rechten voor die stallen waren vervallen. Verweerder had dit miskend, waardoor het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit in zijn geheel. Omdat het stankaspect bepalend was, was vernietiging van het gehele besluit noodzakelijk. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onjuiste motivering en vervallen rechten uit eerdere vergunning.