ECLI:NL:RVS:2006:AV0979
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet-verlenen medewerking EMA
De Minister van Verkeer en Waterstaat verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig omdat hij niet de vereiste medewerking had verleend aan de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA). Appellant voerde aan dat hij bereid was de EMA te volgen, maar niet in staat was de kosten te betalen. De rechtbank oordeelde dat betalingsonmacht niet tot het gewenste resultaat kon leiden, mede omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit waarin de EMA en betaling werden opgelegd.
De Raad van State overwoog dat de minister op grond van artikel 132 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 10 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid verplicht was het rijbewijs ongeldig te verklaren indien de kosten van de EMA niet werden voldaan. De bereidheid alleen is onvoldoende; betaling is noodzakelijk om te voldoen aan de medewerkingsplicht.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.